Je observeert een individuele leerling en probeert daarbij zicht te
krijgen op zicht het functioneren van deze individuele leerling in de
klassensituatie, en op de mogelijke interventies van de docent om de leerling
zich veilig te laten voelen.
Voorbereiding
- Kies één leerling uit, in
overleg met je SPD, die qua gedrag niet opvallend is in de groep.
- Volg deze leerling vier
weken bij minimaal twee verschillende vakken.
- Van iedere les geef je
een beschrijving van de activiteiten van de leerling. Je observeert nauwgezet
de activiteiten van de leerling en je beschrijft concreet wat de leerling doet.
- Complementeer je
beschrijving met het gedrag van de docent.
Welke interventies heeft de docent concreet ondernomen naar deze leerling?
- Geef op basis van je
observaties/beschrijvingen aan bij welk vak (in welke les) de leerling zich het
meest veilig voelde en beargumenteer je keuze.
- Ga vervolgens een gesprek
aan met de leerling die je hebt geobserveerd. Centrale vraag is: In welke les
heeft de leerling zich het meest veilig gevoeld en waarom? De leerling zal zich
vast niet alles herinneren dat zich de afgelopen weken heeft voorgedaan, maar
door het gesprek hier en daar te leiden kun je toch achter voorwaarden
voor/oorzaken van het zich veilig voelen komen.
- Notuleer dit gesprek
zorgvuldig.
- Vergelijk jouw
interpretatie met de uitkomsten van het gesprek met de leerling. Probeer een
verklaring te geven voor verschillen en overeenkomsten hiertussen.
- Maak op basis van je
observaties een overzicht van de docentinterventies die ertoe kunnen bijdragen
dat leerlingen zich veilig voelen.
Een verslag met daarin:
- de vergelijking tussen
jouw interpretatie en de uitkomsten van het gesprek met de leerling, met verklaringen
voor verschillen en overeenkomsten.
- jouw interpretatie, op
basis van de observatiegegevens, van bij welk vak de leerling zich het meest
veilig heeft gevoeld, onderbouwd met verwijzing naar je observaties.
- de verslagen van je
observaties van het leerling- en docentgedrag in de verschillende lessen als
bijlage
- het verslag van het
gesprek met de leerling
- het overzicht van
mogelijke docent interventies
Het verslag wordt door je SPD beoordeeld. Hij/zij let er hierbij op of:
- het verslag compleet is;
- je voldoende en goede
verklaringen biedt voor de verschillen tussen jouw interpretatie en de uitkomst
van het gesprek met de leerling;
- je bij je interpretatie
je voldoende en correct baseert op jouw observaties;
- je overzicht van
docentinterventies correct is (ook daadwerkelijk interventies betreft die een
veilige leeromgeving stimuleren);
- je je voorkeur voor
bepaalde interventies voldoende en juist onderbouwt.
