Voorbereiding
- Maak een schriftelijke
overhoring of proefwerk voor het afsluiten van een aantal lessen of een lessenserie.
Gebruik zoveel mogelijk variatie in vraagvormen en opdrachten. Maak een
bijbehorend antwoordmodel/correctiemodel.
- Neem de schriftelijke
overhoring of het proefwerk af en kijk deze na met het antwoordmodel/
correctiemodel. Maak een overzicht van de resultaten per vraag/opdracht in een
scoringslijst. Selecteer de overhoringen van drie slechtst scorende opdrachten.
- Analyseer de oorzaken van
de gemaakte fouten van deze drie opdrachten. Maak hierbij onderscheid tussen:
(1) fouten die je zelf hebt veroorzaakt
(b.v gebrekkige vragen, geen aansluiting met behandelde stof, etc) en
(2) fouten die de leerlingen
hebben veroorzaakt (b.v. niet/slecht geleerd, slecht lezen).
Maak zelf een verdere onderverdeling in fouten op basis van het soort
oorzaak.
- Geef je scoringslijst aan
je SPD en vraag je SPD om ook een dergelijke analyse te maken, van dezelfde
opdrachten.
Gesprek SPD
- Bespreek de foutenanalyse
met je SPD. Vergelijk jullie analyses van oorzaken. De SPD helpt je daarbij om
op basis van zijn/haar kennis en ervaring meer inzicht te krijgen in de
oorzaken van fouten. Ontwikkel samen een nieuwe en verbeterde indeling van de
fouten op basis van de achterliggende oorzaken van de fouten.
Herontwerp
1. Jouw evaluatie van
verbeterpunten
2. Je herontwerp van de
overhoring of proefwerk op basis van de analyses
3. Je motivering van het
herontwerp.
Je evaluatie, je uiteindelijke herontwerp en je motivering ervan worden
beoordeeld door je SPD.
Hij/zij let hierbij op:
- je inzicht in de oorzaken
van fouten in de toets;
- de mate waarin je je
inzichten en de foutenanalyse hebt vertaald in een beter ontwerp;
