Titel
Herschrijf een bestaand sprookje
Niveau
2 hoofdfase
Competenties
1 interpersoonlijk
3 vakinhoudelijk/vakdidactisch
4 organisatorisch
7 reflectie en ontwikkeling
Gekoppeld aan OWE/en of beroepstaak
1 lesgeven
3 ontwerpen van leerarrangement
Ontwikkelen van vakdeskundigheid
StudieBelastingsUren
15
Geschikt voor de volgende vakken
Frans
Aansluitend bij de volgende onderwijseenheid
OWE 1.3 Cultuur en Literatuur
Ontwerper/ontwerpgroep
Francoise Lucas
Han Severins
Relevantie/Kader
De studenten Frans hebben in leerjaar 1 tijdens de lessen ‘Literatuur" sprookjes gelezen en een sprookje herschreven.
Met deze opdracht hebben de studenten zich kunnen oriënteren op het ontwerpen van leerarrangementen voor het vak Frans.
Ook hebben ze kennis gemaakt met het begrip “genre” en met narratologische concepten die ze hebben ingezet bij het herschrijven van bestaande sprookjes.
In deze leerwerktaak gaan zij onderzoeken hoe zij de opgedane kennis op hun stageschool kunnen inzetten zodat ze zich verder kunnen verdiepen in het ontwerpen van leerarrangement op het gebied van cultuur en literatuur.
In leerjaar 1 heb je aan de hand van verschillende bestaande sprookjes een nieuw sprookje herschreven. Daarvoor heb je verschillende media gebruikt zoals film, powerpoint, toneel.
In deze leerwerktaak ga je in een klas van jouw keuze jouw leerlingen in de vorm van een project van 3 tot 4 lessen ook een sprookje laten herschrijven.
Bestudeer de theorie (narratologie en de definitie van genre) opnieuw. Kijk hiervoor op de site leerwerktaken op Scholar bij Cultuur en Literatuur.
Omschrijving/instructie
Ga als volgt te werk:
Les 1:
Laat de leerlingen de versie van “Le petit chaperon rouge” op www.momes.net lezen. Bedenk hierbij een activerende opdracht. Zie Scholar "ondersteunende informatie" voor voorbeelden.
http://www.momes.net/jeudepiste/jeudepiste.html
Bereid je leerlingen voor op de definitie van “genre” ( verzameling van conventionele elementen + spel tussen die elementen).
Introduceer bij je leerlingen de elementen waaruit een verhaal bestaat (acteur, gebeurtenis, plaats, tijd) en maak samen met je leerlingen een inventarisatie van de belangrijke elementen van sprookjes. Bedenk zelf een vorm om dit aan de klas te presenteren. Denk hier ook aan het vocabulaire die de leerlingen zullen gebruiken bij de herschrijving van het sprookje.
Huiswerkopdracht: Laat de leerlingen in groepen van 2 of 3 een korte schematische voorstelling (de canvas,” la trame”) van de herschrijving van hun sprookje maken. De leerlingen variëren de elementen van het verhaal en de elementen van het genre. Denk eraan dat de taken in de groep goed verdeeld worden. Geef de leerlingen bv. rollen.
Les 2:
A. Laat de leerlingen het verhaal van Prévert “L’autruche” lezen. Je kunt de tekst op het volgende adres downloaden:
http://www.chez.com/feeclochette/prevert.htm
Bedenk hierbij een activerende opdracht.
Introduceer hierna de begrippen “personage” en “ruimte”. (Zie Scholar voor de sheets)
Laat de leerlingen een medium kiezen (PPT, film, stripverhaal, toneelstuk) en laat ve hun verhaal afmaken.
Les 3:
De leerlingen maken hun project af.
Les 4:
Presentatie van de resultaten van het project. Denk hier aan een beoordelingssysteem (vooraf te bepalen: proces en product)
Resultaatverwachting
- je lesplan met de volledige instructie, alle ontworpen lesmateriaal en de beoordelingscriteria die zijn gehanteerd bij de beoordeling van de taak.
- een video-opname van de les(sen)
- de beoordelingen met de motivatie
- een reflectieverslag waarin je opneemt
1. wat goed ging.
2. verbeterpunten voor een volgende les.
- een korte bespreking van de enquête ingevuld door de leerlingen.
- de hoofdpunten uit de eindbespreking van deze leerwerktaak met de spd.
Beoordeling
De schoolpracticumdocent beoordeelt het ingeleverde werk op:
volledigheid
consistentie
niveau
uitvoering
Bronnen
De lessen literatuur van jaar 1 op Scholar.
De ondersteunende informatie op de Scholar-site (sheets narratologie en genre, voorbeelden van activerende werkvormen)
Ebbens, effectief leren in de les. (directe instructie, een begin maken met samenwerken leren)
