Naast theoretische vakken worden in het VMBO ook praktijkvakken
aangeboden. In deze lessen worden beroepsgerichte vakken aangeboden.
Voorbereiding
- Vraag bij je SPD na welke
praktijkvakken er gegeven worden. Overleg met je SPD en 3 praktijkdocenten om
bij iedere praktijkdocent gedurende 1 les te functioneren als klassenassistent.
Spreek met de praktijkdocent af wat jouw (actieve) rol is tijdens de les.
Uitvoering
- Ga na iedere praktijkles
in een gesprek met de praktijkdocent(e) na:
• wat goed ging in deze les,
en waarom, en
• waarom de docent deed wat
hij/zij deed, en waarom op die manier.
Let bij het interview erop dat je uitsluitend vraagt naar wat er in deze
les gebeurde, naar wat goed ging (en dat je je niet richt op wat slecht ging of
beter kon), en dat je vraagt naar uitleg over het waarom en waartoe er iets
gebeurde of de docent iets deed. Het is dus belangrijk om vooral door te vragen
naar oorzaken en redenen (als een docent erg weinig noemt, kun je eventueel
zelf goed lopende lesmomenten aandragen die je interessant vond).
- Neem het gesprek op zodat
je je tijdens het interview vooral kunt richten op het vragen stellen. Werk het
interview na afloop uit.
Verwerking
- Maak op basis van de
interviews een woordweb rondom de vraag: wat zorgt ervoor dat een praktijkles
goed verloopt?
- Geef aan in welke
opzichten dit volgens jou verschillend is van en in welke opzichten dit gelijk
is aan onderwijs in je eigen vak, en waarom.
- Geef aan wat je verrast
heeft.
- Noem 3 ideeën die je zelf
wilt gaan uitproberen.
Een verslag met daarin:
- het woordweb, op basis
van de interviews
- je onderbouwde mening
over de verschillen en overeenkomsten tussen praktijkonderwijs en onderwijs in
jouw eigen vak.
- wat je verrast heeft, de
drie ideeën die je wilt uitproberen en welke docent je qua aanpak het meeste
aanspreekt, en waarom.
Je verslag wordt beoordeeld door de SPD. Hij/zij let er hierbij op of:
- het verslag compleet is
- je voor het woordweb goed
gebruik hebt gemaakt van de interviews
- je je mening goed
onderbouwt
