Directe instructies 2
Titel
Directe Instructie (2)

Niveau
Voorbereiding LIO bekwaamheid

Gekoppeld aan OWE en/of beroepstaak
Lesgeven en trainen

Competenties
1. Interpersoonlijk
3. Vakinhoudelijk/didactisch


Ontwerper/ontwerpgroep
Notre Dame des Anges, Pax Christi College en Maaswaal College

StudieBelastingsUren
8

Relevantie/kader
Directe instructie of uitleg geven speelt een belangrijke rol in het onderwijs. Het vermogen om leerlingen een duidelijke en effectieve instructie te geven is daarom een belangrijke en basisbekwaamheid. Directe instructie kun je op verschillende manieren, met verschillende methoden, vormgeven. Als docent moet je kunnen spelen met deze methoden al naar gelang het doel en de situatie. Doel van deze leerwerktaak is om een aantal vormen van directe instructie te benoemen, en je eigen voorkeuren daarin te bepalen.

Geschikt voor welke vakken

Omschrijving/instructie

De student verdiept zich in het fenomeen ‘directe instructie’ d.m.v. theoretische voorbereiding en observatie van de verschillende manieren waarop uitleg gegeven wordt tijdens de lessen. Door hierop te reflecteren vormt hij zich een mogelijk beeld van de wijze waarop hij directe instructie zelf zou aanpakken.

 

Voorbereiding

Lees eerst de onderstaande column van Egbert Fokkema (Onderwijsblad, 4 maart 2006)

In het vmbo staat en valt alles met uitleg. Je begint met een inleiding, waarbij je aansluit bij het bekende. Daarna geef je stapje voor stapje uitleg over het proces, waarbij je steeds door middel van vragen controleert of de stof is begrepen. De klas luistert en probeert aandachtig te volgen wat je zegt.

Niet dus. Zolang ik niet over mijn eigen schooltijd vertelde, kreeg ik nooit de volledige aandacht. Misschien is dat omdat ik niet streng genoeg ben, of omdat ik niet in deze vorm van uitleg geloof. Kinderen zijn net honden wat dat betreft: ze voelen dat meteen. Bovendien is het niet leuk om te luisteren naar iemand die je allerlei problemen voorlegt die je niet hebt! Die problemen beginnen pas als je aan het werk gaat. Daar wil je van tevoren helemaal niks over horen. Kinderen zijn van nature optimistisch, dus ze gaan ervan uit dat zij dat probleem niet krijgen. Dus die uitleg is niet voor hen bedoeld.

Ik had dan ook altijd veel meer energie nodig om leerlingen bij de les te houden, dan dat de uitleg zelf me kostte. En als ik terugdenk aan recente studiedagen waar de ene spreker de andere aflost, ach, dan was ik ook niet voortdurend een en al oor.

Behalve dan die ene keer, toen een spreker vertelde dat 90 procent verloren gaat van alles wat je mensen vertelt. Van wat mensen lezen, was het minder, maar dat percentage ben ik vergeten. Die 90 procent, dat hield me bezig! Ik zat er de rest van de studiedag op te broeden. Ik was verbaasd dat niet al mijn collega's in huilen uitbarstten of in gewetensnood raakten, dat ze maar voor 10 procent functioneerden! Welke baas houdt een werknemer aan, die maar voor 10 procent presteert? Maar ik denk dat deze gegevens nog niet tot het ministerie van Onderwijs zijn doorgedrongen. Te druk met vernieuwen, veronderstel ik.

Als gevolg van de studiedag heb ik besloten mijn lesgeven drastisch te veranderen. Een kleine inleiding tot de stof en dan aan het werk. Als de problemen ontstaan, is het niet langer mijn probleem om het uitgelegd te krijgen, maar hun probleem om het opgelost te krijgen. Ze komen nu naar me toe en door middel van vragen stellen, laat ik ze het antwoord vinden. Oude wijsheid, maar wel effectief en bovendien kun je ze meegeven dat ze het antwoord dus eigenlijk al wisten. Menig leerling vertrekt met een glimlach om de mond van mijn tafel. Toegegeven, je legt de dingen vaker dan één keer uit. Maar ach, dat gebeurt toch ook als je het klassikaal doet?

Ik ben dik tevreden met deze methode en het verbaasde me dan ook, toen een collega aan het begin van het jaar bij me kwam met de klacht van zijn mentorklas, dat ik nooit wat uitlegde. Natuurlijk had ik die klas verteld dat ik niet klassikaal uitlegde en dat ze moesten komen als ze iets niet begrepen. Dat had ik klassikaal gedaan, dus maar 10 procent kwam over. Maar ja, leg dat maar eens uit.

 

Lees vervolgens het onderdeel ‘directe instructie’ uit Effectief leren (Ebbens en Ettekoven), en zorg dat je een goed overzicht hebt van de verschillende elementen daarvan.

 

Uitvoering

-           Zorg dat je bij vier verschillende docenten een les kunt observeren waarin een deel directe instructie/uitleg gegeven wordt, Je kunt hiervoor dezelfde klas bij diverse lessen (van verschillende docenten) observeren, verschillende docenten van één vak observeren, verschillende docenten bij één klas, of verschillende klassen bij verschillende docenten.

-           Beschrijf voor elke geobserveerde les:

          op welk moment de uitleg gegeven wordt,

          op wat voor wijze uitleg gegeven wordt,

          welke elementen van ´directe instructie´ uit Ebbens (Effectief leren) hierin terug te vinden zijn,

          welke leerling activiteit(en) volgt/volgen op de uitleg, en

          of leerlingen vragen stellen.

 

Maak een overzicht van de vormen/elementen van directe instructie die je hebt gezien tijdens de observaties en die je hebt gelezen in Ebbens. Kies jouw topdrie van vormen/elementen: elementen die jij zou willen gebruiken als je uitleg zou geven. Beargumenteer je keuze en geef daarbij ook aan waarom je denkt dat deze goed zullen werken.
 
Resultaat

Een verslag met daarin:

-           het overzicht van vormen/elementen van directe instructie op basis van Ebbens en observatie;

-           je eigen topdrie met onderbouwing;

-           de verslagen van de lesobservaties als bijlage.

Beoordeling

Het verslag wordt door je SPD beoordeeld. Hij/zij let er daarbij op of:

-           je goed en zorgvuldig verslag hebt gedaan van de lesobservaties;

-           je een goed overzicht hebt gemaakt op basis van de literatuur en observaties;

-           je eigen topdrie goed onderbouwd is.

Aanbevolen literatuur
Ebbens, S. & Ettekoven, S, (2005) Effectief leren: basisboek. Groningen: Wolters-Noordhof. ISBN: 90-01-30752-3.