Titel
Beleef de Francophone cultuur door middel van een (rollen)spel.
Niveau
2 hoofdfase
Competenties
1 interpersoonlijk
3 vakinhoudelijk/vakdidactisch
4 organisatorisch
7 reflectie en ontwikkeling
Gekoppeld aan OWE/en of beroepstaak
3 ontwerpen van leerarrangement
5 ontwikkelen van vakkennis
StudieBelastingsUren
15
Geschikt voor de volgende vakken
Frans
Aansluitend bij de volgende onderwijseenheid
OWE 1.3 en 1.7, SCB 510
Ontwerper/ontwerpgroep
Francoise Lucas
Relevantie/Kader
In het eerste jaar van je studie heb je kennis gemaakt met algemene culturele aspecten van de Francofone wereld: Franse regio's en Parijs, acteurs en actrices, feesten, eetgewoontes, muziek en festivals. Je hebt je ook georiënteerd op het ontwerpen van leerarrangementen voor de klassensituatie (presentatie met behulp van Powerpoint, een poster, of een zelfontworpen videoclip). Je hebt daarbij veelvuldig gebruik gemaakt van visueel materiaal.
Het doel van deze leerwerktaak is om je kennis van deze culturele aspecten in te zetten, en om met behulp van beeldmateriaal een "levensechte" oefensituatie te creëren. Je zult je leerlingen uitnodigen om op een speelse wijze wat ze in de leergang geleerd hebben creatief toe te passen. Daartoe zal je "de transferfase" (het creatieve toepassen van het geleerde in een nieuwe situatie, Ebbens) in je les inzetten.
Omdat de leerlingen hun rollenspellen moeten plaatsen in een cultureel-maatschappelijke context van het land van de doeltaal, worden bovendien taalvaardigheidsonderwijs en interculturele vorming geïntegreerd.
Omschrijving/instructie
In de leergangen leren je leerlingen bouwstenen voor gespreksvaardigheid: zinnen (comment dire, phrases clés, savoir dire), grammatica en vocabulaire. Deze bouwstenen worden in het communicatieve taalonderwijs thematisch aangeboden.
Voorbereiding:
- Kies een thema uit de leergang die op je stageschool gebruikt wordt. (Bijvoorbeeld dieren of feesten)
- Maak een lijst van de zinnen die de leerlingen al geleerd hebben. Ga ook na welke grammaticale onderwerpen ze al kennen.
- Kies een aantal regio's of steden waar je verhalen zich kunnen afspelen. (bijvoorbeeld Normandië, de Provence, Lille of Parijs). Bedenk een aantal personages die je een rol kunt laten spelen in het verhaal. (een jongen en een meisje van 15, een jongen van 12 en een politieagent, een meisje met haar (pratende) hond, etc…)
- Zoek op internet een aantal beelden van de regio's of steden.
-Zoek ook foto's van een aantal personages.
- Maak kaartjes met de foto's van de landschappen en van de personages. (een set per groep leerlingen in de klas)
- Maak een lijst van mogelijke situaties en gebeurtenissen die je aan de leerlingen kunt uitreiken. (bv. feest: Chandeleur, gebeurtenis: pannenkoeken bakken.) C'est la chandeleur, on va faire des crêpes. C'est la fête de la musique, on va jouer dans la rue. Maak de lijst in het Nederlands of in het Frans afhankelijk van het niveau van de klas die je kiest.
- Ontwerp een "Fiche d'identité" in het Frans met de volgende gegevens: naam en voornaam, uiterlijk (haar, lengte, etc…), beroep, stad en/ of streek, wat te zien in stad of streek, situatie, gebeurtenis.
- Bedenk hoe je deze taak gaat evalueren. Maak een evaluatieformulier
- Bespreek met je SPD in welke klas en in welke leerjaar je deze opdracht gaat uitvoeren.
- Bedenk een lesplan voor en bespreek het met je SPD.
- Ontwerp een enquête die je na afloop van de taak door de leerlingen laat invullen.
Instructie voor de leerlingen:
Les 1
- De leerlingen krijgen in groepen van 2 een set kaarten met een regio of stad. Ieder leerling kiest een personage.
- De leerlingen nemen de identiteit van de personage van hun kaartje aan. Laat de leerlingen een presentatie van hun personage voorbereiden. Bijvoorbeeld: Je m'appelle Philippe. J'ai 25 ans. Je suis agent de police. Je suis grand. Je fais un mètre 90. J'ai les cheveux courts et blonds. J'ai un chien, etc… (Dit is afhanklijk van de kaartjes die je maakt en aan de leerlingen uitreikt)
- Laat daarna de leerlingen de streek of stad van hun kaartjes presenteren. Bijvoorbeeld.
C'est Lille. (J'habite à Lille). C'est une grande ville dans le nord de la France. A Lille, il y a beaucoup de magasins, etc…(Dit is afhanklijk van de kaartjes die je maakt en aan de leerlingen uitreikt)
- Laat de leerlingen daarna een situatie en een gebeurtenis uit je lijst kiezen. Laat de leerlingen een manier vinden om deze gebeurtenis uit te beelden (zonder woorden)
- Laat daarna een dialoog maken. Of laat de leerlingen vragen maken die ze aan elkaar kunnen stellen om iets te weten te komen over ieders personage.
Les 2 in de klas of thuis film laten maken: Naar keuze afhankelijk van de tijd en de middelen op school:
In de klas:
- Maak groepjes van 4 leerlingen. Ieder duo heeft de kaartjes voor zich. Laat de duo's het rollenspel voor elkaar spelen. De andere duo kijkt naar de kaartjes, luistert, raad de uitgebeelde situatie en gebeurtenis en vult de "Fiche d'identité" in.
Thuis:
- Laat de leerlingen hun rollenspel filmen. De duo's wisselen hun producten uit en vullen de "fiche d'identité" van de andere duo’s in.
Begeleiding
- bedenk van te voren hoe je jouw tijd gaat gebruiken wanneer de leerlingen in groepen aan hun opdracht werken (observatie vanaf een vast punt, rondgang, …)
- bedenk hoe je iedere les gaat afsluiten
Afronding
- bedenk hoe je de taak organiseert (in één of meerdere sessies, wat in de klas, wat thuis, beoordeling door docent en/of medeleerlingen, beoordelingsformulieren, …)
Resultaatverwachting
Resultaat
- je lesplan met de volledige instructie, alle ontworpen lesmateriaal en de beoordelingscriteria die zijn gehanteerd bij de beoordeling van de taak.
- een video-opname van de les(sen)
- de beoordelingen met de motivatie
- een reflectieverslag waarin je opneemt
1. wat goed ging.
2. verbeterpunten voor een volgende les.
- een korte bespreking van de enquête ingevuld door de leerlingen.
- de hoofdpunten uit de eindbespreking van deze leerwerktaak met de spd.
Beoordeling
De schoolpracticumdocent beoordeelt het ingeleverde werk op:
- niveau
- uitvoering
Bronnen
De lessen cultuur en literatuur van jaar 1 op Scholar.
Ebbens, effectief leren in de les. (directe instructie, een begin maken met samenwerken leren)
