Beeld een Franstalige uit

Titel

Beeld een Franstalige uit

 

Niveau

2 hoofdfase

 

Competenties

1 interpersoonlijk

3 vakinhoudelijk/vakdidactisch

4 organisatorisch

7 reflectie en ontwikkeling

 

Gekoppeld aan OWE/en of beroepstaak

1 lesgeven

3 ontwerpen van leerarrangement

5 ontwikkelen van vakkennis

 

StudieBelastingsUren

10

 

Geschikt voor de volgende vakken

Frans en MVT

 

Aansluitend bij de volgende onderwijseenheid

OWE 1.7 Cultuur en literatuur

 

Ontwerper/ontwerpgroep

Francoise Lucas

 

Relevantie/Kader:

Ebbens en Ettekoven (2005) onderscheiden drie vormen van leren: leren gericht op beheersing (begrijpen en onthouden), leren gericht op beklijving (integreren van nieuwe kennis in reeds opgedane kennis) en leren gericht op wendbaar gebruik (het creatieve toepassen van het geleerde in nieuwe situaties). Deze laatste fase van het leren, de transferfase, krijgt niet vaak aandacht in de taalles. Deze leerwerktaak stelt je in staat ervaring op te doen met deze fase. Daartoe ga je gebruik maken van werkvormen die je bij het samenwerkingsproject drama en literatuur in het eerste semester van je studie (OWE 1.3) hebt meegedaan.

Tijdens dat project heb je theaterstukjes voor adolescenten ingestudeerd, en voor een publiek gespeeld. Hiervoor heb je verschillende werkvormen leren gebruiken om de personages die je speelde goed te kunnen neerzetten. Bij een van deze werkvormen, heb je geleerd de identiteit van je personage aan te nemen. Het doel van deze leerwerktaak is om deze werkvorm in de klassensituatie in te zetten door onder andere de leerlingen de identiteit van een fictieve/ verzonnen Franstalige te laten uitbeelden..

Leerlingen voeren vervolgens rollenspellen op en beelden zo op creatieve wijze nieuwe, min of meer realistische situaties uit. Omdat de leerlingen de een Franstalige identiteit aannemen, en hun rollenspellen moeten plaatsen in een cultureel-maatschappelijke context van het land van de doeltaal, worden bovendien taalvaardigheidsonderwijs en interculturele vorming geïntegreerd.

 

 

Omschrijving/instructie:  

Voorbereiding:

Bereid de les samen met je SPD voor.

- Kies een of een aantal rollenspellen uit de leergang waar de leerlingen mee geoefend hebben of moeten oefenen. (Kies liefst een rollenspel op D-niveau volgens Neuner: transferfase)

- Geef de leerlingen de opdracht op zoek te gaan naar materiaal om het personage die ze gaan spelen een Franse identiteit te geven. (Geef ze bijvoorbeeld een Franse kalender om een voornaam te kiezen)

- Laat ze een “Fiche personnelle” van hun personage invullen zodat de identiteit van hun personage vorm kan krijgen.

- Geef de leerlingen de opdracht om te bedenken welke type ( bv. verlegen, zenuwachtig, vrolijk) bij hun personage ze vinden passen.

- Geef de leerlingen de opdracht om het rollenspel uit te werken en twee aan twee te oefenen..

- Laat de leerlingen een plaats van handeling kiezen, en deze te beschrijven. Ontwerp hiervoor ook een “fiche”.

- Laat de leerlingen elkaars personages aan de hand van de ingevulde “fiches” vanuit hun rol interviewen. Maak hiervoor (afhankelijk van het niveau van de klas) een interview-voorbeeld.

- Laat de leerlingen attributen zoeken dat bij hun rol passen.

- Laat de leerlingen de personages aan de klas voorstellen.

- Bedenk hoe je deze taak gaat evalueren. Maak een evaluatieformulier.

- Bedenk hoe je de taak organiseert (in één of meerdere sessies, wat in de klas, wat thuis, welke samenwerkinsstructuren)

- Bespreek met je SPD in welke klas en in welke leerjaar je deze opdracht gaat uitvoeren.

- Bedenk een lesplan voor en bespreek het met je SPD.

- Ontwerp een enquête die je na afloop van de taak door de leerlingen laat invullen.

 

Resultaatverwachting 

Resultaat

- je lesplan met de volledige instructie, alle ontworpen lesmateriaal en de beoordelingscriteria die zijn gehanteerd bij de beoordeling van de taak.

- een video-opname van de les(sen)

- de beoordelingen met de motivatie

- een reflectieverslag waarin je opneemt

1. wat goed ging.

2. verbeterpunten voor een volgende les.

              -     een korte bespreking van de enquête ingevuld door de leerlingen.

- de hoofdpunten uit de eindbespreking van deze leerwerktaak met de spd.

 

Beoordeling 

De schoolpracticumdocent beoordeelt het ingeleverde werk op:

-         Volledigheid

-         consistentie

-         niveau

-         uitvoering

Bronnen  

De lessen cultuur en literatuur van jaar 1 op Scholar.

Ebbens, effectief leren in de les. (directe instructie, een begin maken met samenwerken leren)

 

Bijlage(n) 

  1. Werkvorm die je tijdens het project “drama en literatuur” hebt gebruikt:

De stappen die je bij het project hebt gebruikt om je personage van een identiteit te voorzien zijn:

  1. Kort overleggen wat voor type je bent en gebaren bedenken die bij je type passen (b.v een zenuwlijder die een zenuwtrekje heeft (aan zijn neus krabben)
  2. Elkaar interviewen vanuit je rol.
  3. De plaats van handeling bepalen: Een plek in je eigen huis zoeken waar je graag bent en aan je partner beschrijven hoe het eruit ziet. (bv. een bank, welke bank, waar)
  4. Een attribut zoeken dat bij je rol past.

Je personage aan je groep voorstellen. Voordat je het toneel opkomt, bereidt je je eerst achter de schermen voor.